|
|
|
|
Wijze waarop we onze leerlingen helpen en volgen. Het ene kind heeft meer
zorg nodig dan het andere. Kinderen kunnen te maken krijgen met lees- of
rekenproblemen, moeilijkheden ondervinden met taal of bewegen. Soms ondervindt
het kind moeilijkheden in het contact met anderen of kan faalangst een rol
spelen. Ook kinderen die meer dan gemiddeld begaafd zijn, kunnen extra zorg
nodig hebben. Met ‘leerlingenzorg’ bedoelen we alles dat er op gericht is
kinderen te helpen bij een ononderbroken ontwikkelingsproces. Het bieden van
extra hulp aan leerlingen met een zorgvraag vindt
bij ons op school zo veel mogelijk plaats in de groep onder
verantwoordelijkheid van de leerkracht. Goed klassenmanagement is een voorwaarde
om daar op een juiste manier invulling aan te geven. In de school is veel
aandacht voor zelfstandig werken, waardoor de leerkracht binnen de groep tijd
vrij kan maken om individueel (of in kleine groepjes) te werken met leerlingen
die extra zorg nodig hebben. Door te
werken met “geef me de vijf” en dag- of weektaken leren leerlingen hun werk te
plannen, zelfstandig uit te voeren en te controleren. Het biedt leerkrachten de
mogelijkheid om eigen werk (vanuit de handelingsplannen of individuele
leerlijnen) op te nemen in de weektaak. Dit geeft juist de zorgleerlingen
houvast bij het uitvoeren en beheersbaar houden van hun werk. Voor leerlingen
met een ‘rugzak’ hebben wij een begeleidster op school die buiten de groep
regelmatig met deze kinderen werkt. Daarnaast zijn er incidenteel uren
beschikbaar om een kind buiten de klas tijdelijk extra te begeleiden.
Leerlingvolgsysteem
De groepsleerkracht
wordt ondersteund door de intern begeleider.
Deze ondersteuning omvat: hulp bij het nauwkeurig in kaart brengen van de
zorgvragen d.m.v. diagnostiek, coaching, begeleiding bij externe trajecten met
of zonder ouders, advisering en het bewaken van de doorgaande lijn naar de
volgende groep. Resultaten van leerlingen worden gevolgd in het CITO LVOS en
worden jaarlijks op drie vaste momenten door intern begeleider en leerkracht
besproken. Daarbij worden ook meegenomen: resultaten van het werk in de klas,
algemene indruk van de leerkracht, sociaal-emotionele ontwikkeling en evt.
zorgen vanuit de thuissituatie. Aan de hand van deze besprekingen worden
zorgtrajecten afgesproken en evt. handelingsplannen of individuele leerlijnen
opgesteld. Toetsen
Om de vorderingen van uw kind te volgen gebruiken we
de volgende toetsen:
Kleutergroepen:
Toetsen van het CITO voor de oudste kleuters, o.a.
"Taal voor kleuters" en de rekenvoorwaardentoetsen "Ordenen". In de
kleutergroepen gaan we werken met de
methode “Kleuterplein”, waarbij ook een breed registratiesysteem ingezet zal
worden.
Groep 3
t/m 8:
In principe gebruiken we toetsen voor de vakken
Lezen, Begrijpend lezen, Rekenen, Spelling en Woordenschat. Het betreft hier
landelijke toetsen, ontwikkeld door het CITO. Daarnaast worden er toetsen vanuit
de methodes gebruikt. We vergelijken hiermee dus het resultaat van ons onderwijs
met het resultaat van het onderwijs in Nederland. In groep 7 nemen we de CITO
Entreetoets af om een onderbouwde voorspelling te kunnen doen naar het
voortgezet onderwijs. Bij de start van groep 8 nemen we het drempelonderzoek af
bij leerlingen met een speciale zorgvraag (LWOO). In de tweede helft van groep 8
wordt de CITO eindtoets afgenomen. In de dagelijkse
praktijk ervaren we een spanningsveld tussen de zorgbehoefte in de groepen, de
mogelijkheden van de leerkracht, de grootte van de groepen en daarnaast de
wensen van ouders. Met elkaar proberen we daar steeds een acceptabel antwoord op
te vinden. Leerkrachten houden de instructie aan de groep kort voor kinderen die
voldoende mogelijkheden hebben om zelfontdekkend aan de slag te gaan. Daardoor
blijft er in de les meer tijd over om aandacht te besteden aan leerlingen die
meer begeleiding en aandacht nodig hebben. Kinderen zijn verschillend en we
verwachten dat kinderen dat ook van elkaar accepteren. De lesstof kan indien
nodig aangepast worden naar een lager niveau (of andere aanpak) of kan
verrijking bevatten voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben. Voor
leerlingen die bovengemiddeld begaafd zijn en in groep 6 t/m 8 zitten, hebben we
momenteel een aantal extra mogelijkheden bovenop het extra aanbod in de klas.
Wanneer wij op school onvoldoende in staat zijn een leerling verder te helpen in
zijn ontwikkeling, dan consulteren we externe partijen om ons te laten
adviseren, laten (deel)onderzoek uitvoeren of we schakelen specialistische hulp
in (bijvoorbeeld ambulante begeleiding of remedial teaching). Het is ook
mogelijk dat ouders worden geadviseerd externe hulp in te schakelen (externe
remedial teaching, fysiotherapie, logopedie, kinderarts etc.). Het komende
schooljaar zullen wij op school voor het eerst gaan werken met een ZAT (zorg- en
adviesteam), waarin bepaalde leerlingen door een brede groep deskundigen
besproken kunnen worden. Het contact met ouders hierover vinden wij van groot
belang. Wij informeren u over de kinderen
We betrekken ouders in
een vroeg stadium bij de zorg van hun kind. Naast de 10-min. gesprekken kan een
tijd afgesproken worden om wat uitvoeriger over bepaalde zorgpunten te praten.
Zodra de hulpvraag van een leerling de klas overstijgt, zal de IB’er bij de
gesprekken betrokken zijn en het traject nauwgezet volgen. De leerkracht houdt
documentatie bij over (zorg)leerlingen. Het gaat dan om afspraken gemaakt in
oudergesprekken, afgesproken zorgformulieren, toetsgegevens en eigen bevindingen
/ observaties. Waar nodig zal de school haar grenzen aangeven t.a.v. het kunnen
bieden van zorg. In overleg met ouders wordt dan besproken op welke plek de
leerling beter geholpen kan worden. Speciaal (basis) onderwijs
Indien alle procedures en alle handelingen en extra
hulp die wij geven onvoldoende opleveren, kan een verwijzing naar een vorm van Speciaal (Basis)
Onderwijs uitkomst bieden. Ouders dienen hiervoor een aanvraag te doen bij de
Permanente
Commissie
Leerlingenzorg (PCL) voor een plek in het speciaal basisonderwijs
(SBO)of bij de Commissie
voor
Indicatiestelling (CvI) voor een plaats in het speciaal onderwijs
(REC). De PCL of de CvI doet een uitspraak over het recht op speciaal
(basis)onderwijs. De keuze om van dit recht gebruik te maken door het kind aan
te melden bij een school voor speciaal (basis)onderwijs ligt bij de ouders. Wij
zullen ouders ondersteunen in dit traject en leveren hiervoor gedetailleerde
informatie aan. Naast deze informatie is ook (bijna) altijd een onderzoekverslag
van een psycholoog nodig. Het leerling-gebonden budget (LGB)
Per I augustus 2003 kunnen ouders voor hun kind het
zogenaamde "rugzakje" aanvragen. Dat is een budget waarmee ouders extra hulp en begeleiding
kunnen inkopen voor hun kind. De Commissie voor Indicatiestelling (CvI)
beoordeelt de aanvraag en beslist of het betreffende kind voor zo'n budget in aanmerking komt. Het is in principe
mogelijk dat een kind op een reguliere basisschool blijft maar dat er (bijvoorbeeld vanuit het speciaal
onderwijs) specialistische hulp wordt ingekocht vanuit het genoemde budget. U
kunt zich indien nodig uitgebreid laten informeren bij onze IB'ers. Regeling dyslexie
Vanaf 1 januari 2009 is het mogelijk dat leerlingen
in aanmerking komen voor vergoede diagnostiek en behandeling van dyslexie. Deze regeling geldt
alleen voor leerlingen met een hardnekkig lees- en spellingprobleem, waarbij de zorg aanvangt voor het
9de
levensjaar en de school op basis
van het
Protocol Leesproblemen en Dyslexie de nodige extra
begeleiding reeds heeft gegeven. Jaarlijks wordt de leeftijdscategorie met 1 kalenderjaar uitgebreid.
Kinderen die vóór 1 januari 2000 zijn geboren vallen buiten deze regeling. Zij kunnen wel in
aanmerking komen voor diagnostiek en behandeling, maar dan op eigen kosten.
Op basis van de diagnostiek wordt bepaald of de
lees- en spellingproblemen voldoende hardnekkig zijn en of de leerling in aanmerking komt voor de
vergoede behandeling. Als blijkt dat de problemen niet voldoende hardnekkig zijn wordt de diagnostiek
wel vergoed, maar de behandeling niet.
De school heeft ten behoeve van de uitvoering van
deze regeling contacten met de SOM en de R.I.D.
Ouders mogen zelf kiezen bij
welk instituut zij de vraag om vergoede diagnostiek en behandeling
voorleggen, e.e.a. moet altijd in overleg met school, omdat ook de school een
deel van de benodigde informatie moet aanleveren. Op basis van de
onderzoeksgegevens stelt de onderzoeker vast of de leerling in aanmerking komt
voor vergoede behandeling. De conclusie vindt plaats op basis van de richtlijnen
van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (PDD&B) en de afspraken die
gemaakt zijn met de minister van WVS en de zorgverzekeraars. De zorgverzekeraar
kan het RID toetsen of de vaststelling terecht heeft plaatsgevonden.
Indien u nadere informatie wenst over deze regeling
en over de wijze waarop de school u in dit proces kan ondersteunen kunt u het beste contact
opnemen met de intern begeleider van de school.
Wij hebben op school ook te maken met
kinderen die meer dan gemiddeld begaafd zijn. Voor deze leerlingen hebben wij
binnen onze school een plusklas opgezet. De leerkrachten kunnen een beroep doen
op de plusklas voor hoogbegaafde leerlingen. Toelating tot de plusklas verloopt
volgens een vaste procedure met duidelijk afgebakende criteria. In de plusklas
zitten ongeveer 12 leerlingen uit de groepen 5 t/m 8. Eén keer per week komen
zij een uur bij elkaar om met elkaar te filosoferen en op een ander niveau samen
te werken aan opdrachten. Daarnaast werken kinderen uit de plusklas in hun eigen
klas aan extra taken die via een digitale leeromgeving worden aangestuurd. Zij
laten daarvoor in de klas enkele onderdelen van het lesprogramma vallen. We
volgen deze leerling door toetsen op hun eigen niveau aan te bieden. Kinderen met een handicap
In principe zijn alle kinderen welkom die behoren
tot het normale voedingsgebied van de school.
Bij aanmelding wordt bekeken of verwacht mag worden
dat het team dit kind kan begeleiden zonder
dat het kind of de andere kinderen daardoor te kort
komen. De intake/aanname van kinderen met
een handicap zal altijd via één of meer persoonlijke
gesprekken verlopen. Het Onderwijskundig Rapport
Wanneer een leerling onze school verlaat, stellen
wij een onderwijskundig rapport op met daarin alle beschikbare gegevens over
schoolvorderingen, schoolverloop, absentie, zorgtrajecten etc.
Deze informatie is vanzelfsprekend voor ouders
toegankelijk. Wij zorgen ervoor dat deze gegevens op de nieuwe school terecht
komen en willen daarom graag op tijd van ouders weten waar het kind naartoe
gaat.
Samenwerkingsverband WSNS
Onze school maakt deel uit van het
samenwerkingsverband WSNS Tilburg. Elke basisschool is dat verplicht en het
biedt de mogelijkheid om binnen zo’n verband gezamenlijk afspraken te maken over
de inzet van zorggelden, het omgaan met verwijzingen naar het SBO,
deskundigheidsbevordering op het gebied van leerling-zorg, contacten tussen
scholen onderling etc. Het Samenwerkingsverband
WSNS Tilburg betreft alle 55 basisscholen en alle 3 speciale basisscholen van
Tilburg. De verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband gaat over 18.000
basisschoolkinderen. Het adres:
Samenwerkingsverband WSNS Tilburg Bezoekadres: Dr. Hub van Doorneweg 91
Tilburg Postadres: postbus
1372 5004 BJ
Tilburg T: 013-4672660
E:
info@wsnstilburg.nl
W:
www.wsnstilburg.nl Overige instellingen
Om met eventuele problemen op onze school goed te
kunnen omgaan onderhouden we ook
regelmatige contacten met een aantal
welzijnsinstellingen zoals Sandra Jansen van het schoolmaatschappelijk werk
(SMW), Sabine Kockx van de GGD en het jeugdnetwerk (waarin verschillende
partijen aan tafel zitten). Ouders kunnen ook gebruik maken van de
inloopspreekuren van het SMW en de GGD die wij regelmatig op school organiseren.
Indien wij ons zorgen maken over het algemeen welzijn van een leerling kunnen
wij deze zorgen melden bij ‘Zorg voor Jeugd’. Wanneer een tweede partij deze
zorgen ook bij ‘Zorg voor Jeugd’ meldt, zal er door een coördinator contact
opgenomen worden met verschillende betrokken partijen om de zorgen te bespreken
en naar oplossingen te zoeken. Een melding in ‘Zorg voor Jeugd’ kunnen wij doen
zonder toestemming van ouders, maar wij zullen u daarvan wel op de hoogte
brengen. Wanneer onze zorgen zeer ernstig zijn en wij vermoeden dat de
veiligheid van een kind in gevaar is, zullen wij dat melden bij het AMK (Advies-
en meldpunt kindermishandeling) Zorg voor Jeugd
Als school zijn wij
aangesloten op het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd. Zorg voor Jeugd voorkomt
dat kinderen en jongeren tussen 0 en 23 jaar tussen wal en schip vallen. Het
signaleringssysteem zorgt ervoor dat zij tijdig hulp krijgen. Met het systeem
kunnen alle organisaties die betrokken zijn bij de hulpverlening aan jongeren
snel en efficiënt informatie uitwisselen. Zorg voor Jeugd zorgt
ervoor dat:
De gemeente heeft het
signaleringssysteem Zorg voor Jeugd beschikbaar gesteld. Vanuit de Wet
maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft de gemeente namelijk de taak om
problemen bij jeugdigen te signaleren en de coördinatie van de zorg te
organiseren. Binnen onze organisatie
kunnen intern begeleiders en directie zorgsignalen afgeven in Zorg voor Jeugd.
Zij informeren u hierover. Er is ook een folder beschikbaar waarin dat nog
eens wordt uitgelegd. Bij het afgeven van een signaal geven zij geen
inhoudelijke informatie door, maar vragen alleen om aandacht voor de situatie.
In het systeem komt dus alleen te
staan dat er zorgen zijn over een jeugdige. Als er twee of meer signalen
in het systeem staan over dezelfde jeugdige, dan wordt automatisch een
ketencoördinator aangewezen. Dit is een professional van een
hulpverleningsorganisatie. Hij/zij inventariseert wat er aan de hand is met de
jeugdige en of het nodig is om in overleg met betrokken partijen een
hulpverleningsplan op te stellen. Op
www.zorgvoorjeugd.nu
vindt u meer informatie over Zorg voor Jeugd. Eind groep 7 wordt bij ons de CITO entreetoets afgenomen. Deze toets
geeft een voorspelling van de haalbare leerweg in het voortgezet onderwijs,
naast het beeld dat wij van de leerling hebben door de jaren heen. De scores van
de entreetoets kunnen aanleiding geven om in oktober bij enkele leerlingen een
drempelonderzoek af te nemen, hetgeen altijd in overleg met ouders zal gebeuren.
Aanleiding kan bijvoorbeeld zijn: onzekerheid over de uitslag van de entreetoets,
een uitstroom naar het VMBO basis en/of kader, een verschil van inzicht tussen
school en ouders over de uitstroomrichting. In al deze gevallen kan het
drempelonderzoek meer duidelijkheid geven. Om een leerling bij het voortgezet onderwijs aan te melden hebben ouders
de uitslag van een genormeerde toets nodig (Cito, Cito niveautoets of
drempelonderzoek) en het advies van de basisschool. Daarnaast hebben ouders de
mogelijkheid om zelf het AOB-onderzoek af te laten nemen als derde onafhankelijk
advies. In groep 8 zal over het gehele traject voldoende informatie aan ouders
worden gegeven d.m.v. informatieavond, voorlichtingsavond BOVO en
foldermateriaal. Ouders kunnen tevens terecht op de site van BOVO:
www.town.nl/bovo
Doorgaans zullen alle leerlingen in februari meedoen aan de CITO-eindtoets (tenzij
na het drempelonderzoek wordt besloten dat school en ouders dit niet meer nodig
vinden). Waar nodig bieden wij de kinderen dispensatiemogelijkheden voor
dyslexie. Deze toets doet een voorspelling voor het
voortgezet onderwijs m.b.t. de vakgebieden rekenen, taal, spelling en
studievaardigheden.
In onderstaande tabel ziet u in de resultaten van de
Citotoetsen van de afgelopen drie schooljaren. We
maken trendanalyses van de Cito-resultaten. Op basis van deze analyses passen we
ons
onderwijsaanbod aan.Wilt u méér algemene informatie
en achtergronden over de eindtoets dan verwijzen we u graag naar de site van het
Cito:
www.cito.nl
Uitstroomgegevens
laatste drie jaren:
2007/2008
2008/2009
2009/2010
LWOO
0 %
2 %
4 %
VMBO-basis 4
%
0 %
0 %
VMBO-kader 13 %
6 %
10 %
VMBO-GL
0 %
3 %
0 %
VMBO-TL
40 %
38 %
42 %
HAVO
11 %
34 %
35 % VWO
21 %
9 %
3 % VWO
+
11 %
8 %
6 %
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stuur een mailtje naar hansthonissen@versatel.nl met opmerkingen en vragen over deze website. Laatste wijziging : 25-08-2011 |